’t Oude Pothuys: van bier en kolen tot muziek

Op de hoek van de Oudegracht en de Lange Smeestraat kijk ik meestal eerst naar de woorden boven de deur: ‘Brandhout en Steenkolen’. Daarna valt het kleine pothuis aan de zijkant op. En wie ’s avonds langskomt, hoort vaak muziek uit de werfkelder. Het is zo’n pand dat zijn geschiedenis niet verstopt.

We kennen Oudegracht 279 nu als ’t Oude Pothuys, maar in hetzelfde gebouw werd bier gebrouwen, brandstof verkocht en zwaar gewerkt in de kelders. Al die functies zijn nog in de gevel en de ruimtes erachter terug te vinden.

Brouwerij De Rooster

Vanaf het begin van de zeventiende eeuw was hier brouwerij De Rooster gevestigd. De ligging aan de Oudegracht was handig: grondstoffen en vaten konden per schip worden aangevoerd en in de kelders was ruimte voor opslag.

Bier hoorde toen bij het dagelijkse leven. Schoon drinkwater was niet vanzelfsprekend en Utrecht telde dan ook tientallen brouwerijen. In 1636 kwamen De Rooster en het huis ernaast, De Drie Ringen, in handen van dezelfde familie. De panden werden verbouwd en kregen in grote lijnen de vorm die we nu nog herkennen. De brouwerij bleef tot 1739 in gebruik.

Als je nu naar de donkere werfkelder kijkt, is het niet moeilijk om je voor te stellen dat hier ooit vaten lagen en bier werd gemaakt voor de stad.

Warmte voor Utrechtse huizen

In de negentiende eeuw veranderde het pand in een brandstoffenhandel. Utrechters konden er brandhout, steenkool, cokes en briketten kopen om hun huizen en werkplaatsen warm te houden.

Die geschiedenis staat nog letterlijk boven de ingang. In het glas-in-lood lees je ‘Brandstoffen Handel’ en daaronder zijn de woorden ‘Brandhout en Steenkolen’ bewaard gebleven. Als je ze eenmaal hebt gezien, kijk je voortaan anders naar de gevel.

Op een foto van omstreeks 1928 is ook de zijgevel aan de Lange Smeestraat volgeschilderd met reclame voor handelaar Eijkelboom. Die letters zijn verdwenen, maar de foto laat mooi zien dat zo’n monumentaal pand vroeger ook gewoon een opvallend bedrijfsgebouw was.

Een zeldzaam Utrechts pothuis

Aan de Lange Smeestraat ligt het pothuis waaraan het café zijn naam dankt. Zulke kleine uitbouwen lagen bij de toegang tot een kelder en werden gebruikt als werk- of opslagruimte. Over de precieze herkomst van het woord bestaan verschillende verklaringen, maar potten en pannen zullen er zeker een plaats hebben gehad.

Veel pothuizen zijn uit het Utrechtse straatbeeld verdwenen. Dit exemplaar bleef behouden en staat in verbinding met de grote kelders onder het pand. Een van die kelders loopt zelfs een flink eind onder de Lange Smeestraat door.

Ook de schoorsteen hoort inmiddels helemaal bij het beeld. Hij is niet meer volledig oorspronkelijk: tijdens de restauratie van 1975 werd hij opnieuw opgebouwd aan de hand van bouwsporen die in het pand waren gevonden.

Gevels met verlichte ramen in de avond

Muziek in de werfkelder

Toen het Utrechts Monumentenfonds het vervallen pand in 1969 kocht, was een grondige restauratie nodig. Die volgde in 1975; in 2008 werd het gebouw opnieuw aangepakt.

Sinds 1981 zit ’t Oude Pothuys in de gewelfde werfkelder. De ruimte werd café, restaurant en muziekpodium. Beginnende muzikanten konden er ervaring opdoen en ook bekendere artiesten traden graag op in de kleine kelder. Sommige namen zijn nog op de tafels terug te vinden.

Ik vind het mooi dat het gebouw opnieuw een functie kreeg waarbij mensen samenkomen. Na bier en brandstoffen werd muziek het nieuwste hoofdstuk in een geschiedenis die al vier eeuwen doorgaat.

Vier eeuwen op één Utrechtse straathoek

Als ik hier met een groep langskom, hoef ik eigenlijk niet veel aan te wijzen. De letters boven de deur, het pothuis, de schoorsteen en de werfkelder vertellen samen al een groot deel van het verhaal.

Dit soort panden maakt Utrecht voor mij interessant. Het gaat niet alleen om de ouderdom of de mooie gevel, maar vooral om de verschillende mensen die hier werkten, handelden, muziek maakten en hun avond doorbrachten.

De functie veranderde steeds, maar het gebouw bleef onderdeel van het dagelijkse leven aan de Oudegracht. Daardoor voelt ’t Oude Pothuys niet als een stil monument, maar als een plek die nog altijd bij de stad hoort.

Verder kijken langs de Oudegracht

Tijdens Grachten, werven en werfkelders kijken we naar meer panden waarvan het verleden nog zichtbaar is in de gevel, de werf of de ruimte onder de straat.

Lees ook