De Biltstraat: al eeuwen de weg naar het oosten

Omdat ik in Wittevrouwen woon, kom ik vaak op de Biltstraat. Meestal op de fiets, tussen bussen, voetgangers en andere fietsers door. Het is nu een levendige stadsstraat met winkels, restaurants en woningen, maar de route zelf is eeuwenoud.

Wie vanaf de Neude via de Voorstraat en de Wittevrouwenstraat naar de Biltstraat gaat, volgt nog altijd de oude weg richting De Bilt en verder naar het oosten. Alleen moest je vroeger eerst door een stadspoort.

Een stenen weg naar De Bilt

Aan het einde van de dertiende eeuw liet Utrecht een verharde weg aanleggen tussen de Wittevrouwenpoort en De Bilt. Dat was een belangrijke verbetering in een tijd waarin wegen buiten de stad bij slecht weer gemakkelijk veranderden in modderige sporen. Reizigers en vervoerders betaalden weggeld om bij te dragen aan het onderhoud.

De route werd lange tijd de Biltse Steenweg of Biltse Steenstraat genoemd. Uiteindelijk bleef de kortere naam Biltstraat over. Buiten de poort liep de weg door een veel landelijker omgeving dan nu. Wie hier vertrok, liet de dichtbebouwde stad letterlijk achter zich.

Utrecht binnen door de Wittevrouwenpoort

Op de plaats van de huidige Wittevrouwenbrug stond de Wittevrouwenpoort, een van de vier grote toegangspoorten van de ommuurde stad. De naam kwam van het Wittevrouwenklooster dat binnen de muren lag. Het klooster verdween, maar de naam bleef bestaan in de Wittevrouwenstraat, de poort en later de wijk.

Via de poort kwamen reizigers, boeren, handelaren en karren met goederen de stad binnen. De route liep verder door de Wittevrouwenstraat en de Voorstraat naar de Neude. Als je nu over deze straten fietst, merk je nauwelijks dat je een oude hoofdroute door Utrecht volgt. Toch is die lijn in al die eeuwen bijna niet veranderd.

Controle bij de poort

Een stadspoort was niet alleen bedoeld om ongewenste bezoekers buiten te houden. Hier werd ook gecontroleerd wat de stad binnenkwam. Over goederen als bier, wijn, graan en brandstoffen moest belasting worden betaald. Ambtenaren hielden toezicht en zorgden ervoor dat de stad haar inkomsten kreeg.

Ik stel me daarbij altijd de drukte voor: karren die moesten wachten, paarden, kooplieden die hun waren lieten zien en reizigers die graag voor het sluiten van de poort binnen wilden zijn.

Straat met bloembakken en historische gevels

Kozakken op de Biltstraat

Op 28 november 1813 gebeurde er iets waar Utrechters nog lang over zouden praten. Russische en Pruisische militairen naderden de stad via de Biltstraat, nadat de Franse troepen Utrecht hadden verlaten. De ruiters werden als bevrijders ontvangen.

Kunstenaar Pieter Gerardus van Os zag de intocht en legde die later vast op een schilderij. Daarop rijden de Kozakken via de Wittevrouwenpoort de stad binnen. De gebeurtenis maakte zoveel indruk dat 28 november nog jarenlang als Kozakkendag werd herdacht.

De poort verdwijnt, de klok blijft

In de negentiende eeuw werd het verkeer drukker en begon de smalle doorgang steeds meer in de weg te staan. In 1858 werd de Wittevrouwenpoort afgebroken. Op de plek kwam een bredere verbinding met de huidige brug. Op een brugpijler is nog een afbeelding van de verdwenen poort te zien.

Naast de brug verrees een commiezenhuis voor de ambtenaren die de stedelijke belastingen controleerden. Later werd het gebouw onder meer als politiepost gebruikt. In het kleine torentje hangt de klok Odulphus, in 1554 gegoten door de Utrechtse klokkengieter Jan Tolhuys. De klok hing eerst in de Sint-Salvatorkerk op het Domplein en daarna in de Wittevrouwenpoort. Toen ook die verdween, verhuisde hij opnieuw. Ik vind het een mooi detail: gebouwen verdwenen, maar de klok reisde mee.

Van landweg naar stadsstraat

Buiten de poort lagen vroeger tuinen, landhuizen en buitenplaatsen. Vanaf de negentiende eeuw schoof Utrecht steeds verder naar het oosten. Langs de Biltstraat kwamen huizen, winkels, cafés en bedrijven en rond de oude weg groeide de wijk Wittevrouwen.

Daardoor heeft de straat nu veel verschillende gezichten. Je ziet herenhuizen, kleine winkels, bovenwoningen en gebouwen uit allerlei perioden. Niet alles is even fraai en de straat is soms behoorlijk druk, maar juist die opeenvolging laat zien hoe Utrecht groeide.

Nog altijd dezelfde richting

De stadspoort is weg, de buitenplaatsen maakten grotendeels plaats voor bebouwing en we reizen niet meer met paard en wagen. Toch loopt de weg nog altijd in dezelfde richting. Soms hoef je geen bijzonder monument binnen te gaan om de geschiedenis te zien. Je hoeft alleen maar goed naar een straat, een brug of een klein torentje te kijken.

Tijdens Utrecht in beweging kijken we naar routes waarlangs mensen, goederen en ideeën de stad binnenkwamen. De Biltstraat laat goed zien hoe een oude verbinding steeds een nieuwe betekenis krijgt.

Lees ook